Gifkaroo

Oorspronkelijke auteur: 
Etienne van Heerden
Oorspronkelijke titel: 
Gifkaroo
Vertaler: 
Martine Vosmaer

 

 

Introductie: 

Wanneer jy daar langs die groot weir by Rooidraai gestaan het en die betongleuf was nog leeg en drooggebak deur die son, kon jy lank voordat die eerste spuwing kom al die aarde voel tril onder jou voete.

Jy kon dit ruik, dit was in aantog, dit het die geheue gehad van klein lope en dongas en bergkaroo en groot riviere en blitsvloede. Daar was reste in daardie water, die ruik van plante en grondsoorte en klippers en ook verdrinkte diere wat van ‘n ander plek af kom, ‘n soort geilte wat hier by Rooidraai vreemd was en jy’t die water afgewag met die opwinding wat jy in jou voetsole kon voel tril.

Die bewing het opgestoot deur eers sy onderbene en dan sy bobene en dan sê sy pa: “Voel jy dit ook in jou heupe, seunie, voel jy hom opstoot in jou ondermaag en nou kom hy op bors toe, hier kom die groot water.” [...]

Daardie een dag is ‘n hond eerste uitgespuug, uitgekots deur die magtige druk van Kommandodrif se kant af en met die krag van die Groot-Karoo agter die water. Die hond was net vleis, sy vel was afgewoel deur die water en hy was net varsgestroopte vleis maar aan sy gesig kon jy sien dis hond en sy pa het gesê: “Die arme dier moes daardie kant in die water beland het en kyk hoe het die krag hom gestroop.”

Vertaling: 

Wanneer je naast de grote stuw bij Rooidraai stond en de betonnen geul nog leeg was en drooggebakken door de zon, voelde je lang voordat het eerste water werd uitgebraakt de aarde al trillen onder je voeten.

Je kon het ruiken, het was in aantocht, het voerde de herinnering mee aan stroompjes en droge sloten en bergkaroo en grote rivieren en onverwachte overstromingen. Er waren resten in dat water, de geur van planten, aarde, kiezels en ook verdronken dieren van een andere plek, een soort weelderigheid die hier in Rooidraai onbekend was, en je wachtte het water af met een opwinding die je in je voetzolen voelde trillen.

De beving stuwde omhoog door zijn kuiten, daarna door zijn dijen en toen zei zijn vader: ‘Voel het ook in je heupen, zoon, voel het in je maag omhoog stuwen, en nu komt het naar je borst, hier komt het grote water.’

Die dag werd eerst een hond uitgespuwd, uitgebraakt door de machtige druk vanaf Kommandodrif, met de kracht van de Groot-Karoo achter het water. De hond was alleen nog vlees, zijn huid was afgestroopt door het water en hij leek net vers gevild vlees, maar aan zijn kop kon je zien dat het een hond was en zijn vader zei: ‘Het arme beest zal aan de andere kant in het water zijn beland, moet je zien hoe de kracht hem heeft gevild.’

 

Reflectie: 

Vertalen uit het Afrikaans is min of meer toevallig op ons pad gekomen. Er was geen vertaler beschikbaar om 30 Nagte, het nieuwe boek van Etienne van Heerden, uit het Afrikaans te vertalen, en toen werden wij (Karina van Santen en ondergetekende) benaderd met de vraag om dan maar de Engelse vertaling te vertalen. Dat was onze eer te na, dus doken we met een grote plons in het Afrikaans, in de hoop dat we zouden blijven drijven. We hadden een zwembandje (de Engelse vertaling) en de geduldige hulp van de auteur, bovendien was de ANNA (het nieuwe Afrikaans-Nederlandse woordenboek) net uit, en was er toevallig ook een Festival voor Afrikaans in Amsterdam, kortom alles werkte mee om dit nieuwe avontuur te doen slagen. Over ons debuut heb ik uitgebreid geschreven op het blog van de Boekvertalers.

Sindsdien hebben we inmiddels drie thrillers van Deon Meyer vertaald, en dat was een prachtige oefening in modern, ‘spreektalig’ Afrikaans. De taal van een thriller is natuurlijk veel minder gecompliceerd; veel dialoog, veel ‘straattaal’, veel Engels ook. Hele bladzijden Engels, die voor de Nederlandse lezer weer vertaald moesten worden, hoewel we her en der kleine stukjes lieten staan voor de couleur locale.

 

Nu heeft Etienne van Heerden weer een nieuwe roman geschreven, over een jojo-kampioen. Het boek verschijnt in maart, we hebben het nog niet gelezen, maar één hoofdstuk uit dit boek, Gifkaroo, heeft hij afzonderlijk uitgegeven als protest tegen de plannen van de Shell om naar schaliegas te boren in de Karoo. Schaliegas wordt gewonnen door middel van fracking. Het is een zeer omstreden methode en zeker in de Karoo, een waterarm gebied met een zeer fragiel natuurlijk evenwicht, zou deze methode grote schade kunnen aanrichten.

Gifkaroo is in het Engels vertaald (en op internet te lezen als Poison Karoo) en onze Nederlandse vertaling is inmiddels in De Gids verschenen.

Eerst moest het verhaal drastisch worden ingekort, van 6600 naar 5000 woorden. Uiteindelijk is elke verwijzing naar de jojo (terwijl het boek juist over een ‘klimtolspeler’ gaat) verdwenen. Dat is jammer, maar misschien ook wel goed, want hierdoor komt alle nadruk op de gaswinning en de waterhuishouding van de Karoo te liggen.

De jojospeler, Ludo, die in Paternoster aan zee woont, besluit naar zijn geboorteplaats in de Karoo te gaan als hij hoort over de schaliegaswinning. (In de roman wordt ervan uitgegaan dat de boringen al zijn begonnen.) Zijn vader was waterfiskaal, een ambtenaar die belast was met het beheer van het irrigatiewater dat op gezette tijden werd aangevoerd door ondergrondse pijpen. De waterfiskaal moest ervoor zorgen dat het water eerlijk verdeeld werd onder de boeren. In het verhaal is een beschrijving van het moment dat het water eraan komt.

 

Lastig was hier het woord ‘weir’, omdat we geen idee hadden hoe deze ‘weir’ eruitzag. Gelukkig stuurde Etienne van Heerden ons plaatjes, zodat we een beetje een idee kregen:

    

We hadden eerst het woord ‘dam’ gebruikt, maar hebben dit op het laatst in ‘stuw’ veranderd. Wat me bij herlezing opviel, was dat we nu het woord ‘stuwen’ eigenlijk moeten vervangen door een ander woord. Het is grappig dat bij het vertalen uit het Afrikaans de onbestemde (of misschien juist té overwogen) angst blijft bestaan voor een al te letterlijke vertaling, terwijl die hier heel goed had gekund: de beving stootte omhoog door zijn kuiten... voel het in je maag omhoog stoten. Het geeft een veel treffender, indringender beeld.

De herinnering aan de gevilde hond komt later terug in het verhaal als Ludo op zoek gaat naar een oude bron die hij zich uit zijn jeugd herinnert.

 

Hy buk en steek sy hand en arm diep die swart water in en skrik vir die verskriklike kilte. Hy ruik iets, maar dis nie met sy neus dat hy dit ruik nie, dit registreer hoog in sy sinuskasse, in sy kop.

Dis ‘n reuk wat nie van hier is nie. [...]

Dis iets meer. Dis asof dit ‘n reuk is wat die hele landskap inneem en nou ook sy lyf.

Met sy arm diep in die water lig hy sy kop. Ludo hoor iets, ‘n knarsing en ‘n voortdurende gehamer: die bloed in sy slape. Hy hoor en hy ruik en hy weet dit het begin. Sy lyf onthou al klaar die skade, dis reeds verlede.

Hy trek sy arm uit. Die vel is daarvan afgestroop, sy arm en hand lyk soos die vleislyf gelyk het van daardie hond wat draai in die weir se eerste spoegslag, jare terug, met die tjankende foksterriër om sy bene en sy pa, die waterfiskaal, wat wydsbeen staan en stophorlosie in die hand die eerste sluis lig en hulle kyk hoe die vleishond in kalmer water deur die knikkie van die vloei gaan en uitgly na iemand se landerye toe.

 

Hij bukt zich, steekt zijn hand en arm diep in het zwarte water en schrikt van de verschrikkelijke kou. Hij ruikt iets, maar niet met zijn neus, hij registreert het hoog in zijn sinusholten, in zijn hoofd.

Het is een geur die niet van hier is. [...]

Het is meer. Het is alsof de geur het hele landschap overweldigt en nu ook zijn lichaam.

Met zijn arm diep in het water tilt hij zijn hoofd op. Ludo hoort iets, een geknars en voortdurend gehamer: het bloed in zijn slapen. Hij hoort en hij ruikt en hij weet dat het begonnen is. Het is alsof zijn lichaam zich nu al de schade herinnert, het is al verleden geworden.

Hij trekt zijn arm uit het water en de huid is eraf gestroopt, zijn arm en hand zien eruit als het vleeslijf van de hond die in de eerste spuwing bij de stuw ronddraaide, jaren geleden, toen de jankende foxterriër om zijn benen sprong en zijn vader de waterfiskaal wijdbeens en met zijn stopwatch in de hand de eerste sluis ophaalde en ze zagen hoe de vleeshond door het kalmere water van de bocht ging en weggleed naar iemands land toe.

 

Het is te hopen dat het nooit zover zal komen, nu is het nog fantasie, maar de vraag is natuurlijk of de regering van Zuid-Afrika de roep van het grote geld zal kunnen weerstaan.

En dan is het wachten nu op de verschijning van het boek over ‘Loeloeraai Ludo’, de klimtolkampioen.

 

 

 

Bekijk hier een video waarin Etienne van Heerden zich uitspreekt tegen fracking in de Karoo.

 

Reactie toevoegen