Uit de vertalerskeuken

Oorspronkelijke auteur: 
Chris Karsten
Oorspronkelijke titel: 
Abel se ontwaking
Vertaler: 
Dorienke de Vries

FRAGMENT

 

In die spieël, klaar geskeer, sy vel tintelend, betrag Abel sy gesig. Die haatlike gelaatstrekke, onvoltooide knoeiwerk van ’n lomp beeldhouer. Dan die beeltenis van ’n hand, die een wat die skeermes vashou, en soms die skalpel. En strelende oor sy voorkop, die wange en ken, oor die brug van die plat neus, ontsluit die aanraking van die vingers aan sy vel die gekoggel en verstoting.

Hy leun vooroor. Is dit ’n druppel water wat daar in die binnehoek van die lui oog uitglip? In die spieël dep die kussing van ’n voorvinger die druppel en bring dit na die punt van die tong. Souterig. ’n Traan, dink hy gelate. Hy het grootgeword met versmading en wantroue in die wêreld, ’n traan is gepas.

Net sy moeder kon hy vertrou. Van kleintyd af het sy hom aangemoedig om sy troos in isolasie te gaan soek. En by haar. By haar is hy homself, by haar hoef hy hom nie in hoeke en skadu’s teen die aanblik van mense te verskans nie, hoef hy nie ’n masker van meelewing te probeer dra nie.

Nou ’n trekking aan die mondhoeke, net ’n grimas. Abel glimlag selde. Maar oor ’n maand is sy verjaardag. En hy gaan homself bederf met ’n besondere geskenk: ’n nuwe gesig.

Dit is nie ’n impulsiewe besluit nie, hy het lank daaroor getob.

Introductie: 

Dit zijn de eerste alinea’s van de thrillertrilogie van Chris Karsten over de psychopaat Abel. We leren hem meteen  kennen als een oerlelijke man met een jeugdtrauma en een ongezonde moederbinding. Zijn afzichtelijk uiterlijk is er mede de oorzaak van dat hij geobsedeerd is geraakt door schoonheid en met name door de menselijke huid. Dat brengt hem tot afschuwelijke misdaden: hij vermoordt en verminkt jonge vrouwen. In eerste instantie verwijdert hij alleen hun tatoeages, die hij prepareert en gebruikt als de omslag van een serie boeken, maar later verwijdert hij hun complete gezicht, op zoek naar een volmaakt gezicht voor hemzelf. Vanaf het eerste deel wordt hij achternagezeten door een vrouwelijke rechercheur, die zelf ook doelwit wordt zodra hij haar gezicht heeft gezien. Alle delen zijn inmiddels verschenen, het wachten is op een Nederlandse uitgever… Ondertussen kan bovenstaand stukje tekst een kijkje in de vertalerskeuken bieden.

Vertaling: 

De openingszin van het boek stort ons meteen in de vertaalproblemen. Het is een compacte zin met bijna staccato opgesomde elementen, en door en door Engels. Het Afrikaans wemelt van Engelse constructies en uitdrukkingen. Vaak vertaal ik even terug naar het Engels om een grotere afstand tot de brontekst te scheppen, zodat de vertaalslag naar het Nederlands gemakkelijker wordt. Dat klinkt misschien raar, maar juist omdat het Afrikaans zo op het Nederlands lijkt, blijf je er in de vertaling al snel te dichtbij.

Kijk maar: ‘In de spiegel, klaar met scheren, huid tintelend, bekijkt Abel zijn gezicht.’ Dat gaat dus niet. Niet alleen lees je in ‘klaar met scheren, huid tintelend’ het Afrikaans/Engels er dwars doorheen, het is in het Nederlands ook heel ongebruikelijk dat dergelijke bepalingen voor het onderwerp staan waar ze bij horen (in dit geval Abel). Zeker omdat het de eerste zin van het boek is, moet hij staan als een huis.

Nu ga ik even hardop nadenken. Een Engelse constructie is op verschillende manieren op te lossen; bijvoorbeeld door er twee hoofdzinnen van te maken (bijv.: ‘Aandachtig bekijkt Abel zijn gezicht in de spiegel. Hij is net klaar met scheren en zijn huid tintelt nog na’) of met een bijzin te werken (‘Aandachtig bekijkt Abel in de spiegel zijn gezicht, waarvan de huid nog tintelt van het scheren’). Deze oplossing bevredigt niet. De zinnen zijn te vloeiend en heel anders van sfeer. Bovendien volgt een zin waarin Abels gezicht wordt beschreven. Daarom is het belangrijk dat ‘gezicht’ aan het eind blijft staan.

Volgende poging: ‘Met tintelende huid van het scheren bekijkt Abel in de spiegel zijn gezicht.’ Weer te vloeiend - en ik ben ook niet gerust op de constructie ‘met tintelende huid van het scheren’. De meningen in vertalersland zijn erover verdeeld, en het is geen goed idee een boek te beginnen met een controversiële vertaaltruc.

Misschien werken korte zinnetjes nog het beste? ‘Abel staat voor de spiegel. Zijn huid tintelt nog van het scheren. Aandachtig bekijkt hij zijn gezicht.’

Al deze oplossingen hebben gemeen dat ze zich wel erg ver van de brontekst verwijderen. Is het mogelijk om daar dichterbij te blijven? Dan moeten we gaan schuiven met de elementen uit de letterlijke vertaling hierboven, en vooral iets doen met dat Engels klinkende ‘klaar met scheren, zijn huid tintelend’. Het is in het Nederlands eveneens raar dat die bepalingen voor het onderwerp staan. Een argeloze lezer denkt even dat ze betrekking hebben op de spiegel. 

Ik ben benieuwd hoeveel goede oplossingen er uiteindelijk blijken te zijn!

 

De volgende zin is onvolledig; de persoonsvorm ontbreekt. Karsten werkt veel met zulke zinnen en dat moet hij weten, maar als vertaler ben ik er niet altijd gelukkig mee. Dat kan een kwestie van smaak zijn, want ik ben een liefhebber van lange, vloeiende zinnen. De verleiding om de stijl van de schrijver naar eigen inzicht te ‘verbeteren’ is in het vertaalproces mijn constante, irritante metgezel – dat is hierboven ook al wel gebleken. In dit geval heb ik de neiging om na ‘gezicht’ een dubbele punt te zetten, maar ik besluit toch het niet te doen. (Zoals het er staat, kan het best en nu mag ik later nog eens ingrijpen, als het echt niet anders kan…)

De zin bevat twee woorden die overlap hebben met de Nederlandse betekenis, maar in dit verband net even anders gebruikt worden, op een manier die in het Nederlands niet kan (‘haatlik’ en ‘lomp’). Twee andere woorden lijken op het eerste gezicht bruikbaar, maar kunnen bij nader inzien toch beter met een synoniem worden vertaald (‘onvoltooide’ en ‘knoeiwerk’).

De eerste twee woorden vallen gelukkig onmiddellijk door de mand, omdat ze Nederlandse onzin opleveren. Opmerkingen kunnen hatelijk zijn, gelaatstrekken niet (al kun je wel weer een hatelijk gezicht trekken, maar dat zegt iets over je gevoelens en daar gaat het hier niet over). De beeldhouwer kan best een lomperik zijn, maar uit het verband blijkt wel dat het gaat om de kwaliteit van zijn werk. Hij is dus een klungel die zijn vak niet verstaat. 

‘Onvoltooid’ klinkt mij in het Nederlands te netjes, te weinig denigrerend. Zeker in combinatie met ‘knoeiwerk’ (of een synoniem daarvan) wringt het. Gelukkig hebben wij  ‘onaf’, wat een heel andere gevoelswaarde heeft dan ‘niet af’. Ik vind het geen mooi woord, maar juist daarom past het hier extra goed.

‘Knoeiwerk’ associeer ik met kliederen en klodderen, dus vooral met schilderen. Ik aarzel even over ‘broddelwerk’, omdat het mooi allitereert met ‘beeldhouwer’, maar de brontekst allitereert ook niet en bovendien voelt het niet goed. Uit mezelf zou ik het van een mislukte sculptuur nooit zeggen. ‘Prutswerk’ wel, en dat wordt het dus.

Drie van de vier woorden zijn zo vrij vlot opgelost: ‘onaf prutswerk van een klungelig beeldhouwer’. Nu moet er nog iets komen voor ‘haatlik’. Uit het blote hoofd zeg ik ‘weerzinwekkend’, maar ik wil meer keuze hebben. Naast het woordenboek is in zo’n geval de website www.synoniemen.net van onschatbare waarde.  Die biedt zo veel keus dat het een kwestie wordt van afstrepen. Van wat overblijft, kies je gewoon wat het beste klinkt. ‘Afstotelijk’ vind ik als woord wel mooi, omdat het zelf ook iets stotends en stuitends heeft, maar klinkt het in combinatie met ‘gelaatstrekken’? Niet zo. Neem ik alsnog ‘weerzinwekkend’, dan blijft er klankovereenkomst tussen de beide woorden, net als in de brontekst (‘haatlike gelaatstrekke’ wordt ‘weerzinwekkende gelaatstrekken’).

 

Op deze manier komt een boek natuurlijk nooit af. Toch betaalt het zich wel terug als je het eerste hoofdstuk zo pietepeuterig aanpakt. Het is een grondige kennismaking met de stijl van de schrijver, waardoor je in latere hoofdstukken sneller en trefzekerder kunt werken.

 

Tot slot wil ik uit het bovenstaande fragment nog een laatste kwestie ‘in de groep gooien’. Dat is het ‘masker van meelewing’ aan het einde.

‘Meelewing’ doet uiteraard meteen denken aan het Engelse ‘sympathy’, wat dus iets anders is dan ‘sympathie’. Het kan ‘medeleven’ zijn, maar dan heb je het over een concrete situatie (bijv. ziekte of overlijden) en hier gaat het om een voortdurende toestand. Volgens mij wordt bedoeld dat hij moet doen alsof hij zich in andere mensen kan verplaatsen of inleven, alsof hij een mens is zoals zij.  ‘Inlevingsvermogen’ komt in de buurt, maar dat is zulk psychologenjargon. Bovendien verdwijnt de alliteratie. Daarom heb ik sterk de neiging hier te kiezen voor ‘menslievendheid’, wat alsnog aanschurkt tegen het Nederlandse ‘sympathiek’. Als daar iemand op tegen is, hoor ik het graag!

 

Dorienke de Vries is vertaalster Afrikaans-Nederlands en Engels-Nederlands. Zij vertaalde onder meer het werk van Irma Joubert: Kind van de rivier, Pontenilo, Het meisje uit de trein,Het spoor van de liefde en Kronkelpad (binnenkort te verschijnen). Over het succes van Irma Jouberts romans in Nederland schreef zij op Litnet 'Wat is toch het geheim van Irma Joubert?'. Meer over het vertaalwerk van Dorienke de Vries is te vinden op de site van het Expertisecentrum Literair Vertalen.

Reacties

Interessant, zo'n kijkje in het hoofd van een collega - dit gaat wat verder dan de keuken. (Ik trek mijn schoenen even uit!) Mocht je jezelf uiteindelijk toestaan om wat verder van de structuur van de brontekst af te wijken: 'Pas geschoren, met nog natintelende huid, keek Abel aandachtig naar zijn gezicht in de spiegel. Hij had een hekel aan de grove trekken, het onaffe gewrocht [:-P] van een amateuristische beeldhouwer.' Als gezicht per se aan het eind van zin 1 moet blijven staan, zou ik er wél een dubbelepunt achter zetten.En eigenlijk klinkt 'een masker van' misschien ook een beetje Engels ;-). Wij hebben 'zijn meelevende/sociale gezicht opzetten', dat heeft het voordeel dat het wat minder zwaar en psychologiserend wordt. Je irritante metgezel is ook nuttig - dat is je taalgevoel. En ik vervloek mezelf altijd omdat ik zo moeilijk (en traag) op gang kom, maar misschien moet ik dat ook eens anders gaan bekijken!

Wat dacht je van 'een masker van begrip'? Hij moet zich voordoen alsof hij een en al begrip voor mensen is.Die eerste zin is, denk ik, niet voor niets zo opgebouwd. De komma's dwingen de lezer telkens even te pauzeren, als het ware, de informatie langzaam in zich op te nemen. Kijk naar hem, zegt de schrijver. een vloeiende volzin zou alleen maar informatie opleveren, geen empathie. 'In de spiegel, fris geschoren, met nog natintelende huid, bekijkt Abel zijn gezicht.'Dan een vraagje. De hele trilogie is in de tegenwoordige tijd geschreven, zoals dat gaat in het Afrikaans. In het Nederlands sta je voor een keuze, tegenwoordige tijd of verleden tijd. Ik hoorde laatst van iemand dat er in dejaren zestig  voor het eerst een Nederlandse roman in de tegenwoordige tijd is geschreven. Voorheen was dat dus altijd verleden tijd. Bij een losstaand boek zou ik denken, misschien tegenwoordige tijd, maar bij een trilogie... Of vind je dat dat niets met elkaar te maken heeft?Rob 

@ Leen: je oplossing voor dat masker vind ik heel fijn! Alleen zou ik dan zeggen 'een sociaal (of begrijpend of wat ook) gezicht opzetten', omdat dat het onpersoonlijker maakt - hij heeft zo'n gezicht nl. niet. De alliteratie gaat verloren, maar ja... daarover treur ik dan maar in stilte.Ook de volgorde van de eerste zin bevalt me wel, al vind ik hem wat lang in vgl. met het origineel. Is 'bekeek' niet gewoon voldoende? 'Pas geschoren, met nog natintelende huid, bekeek Abel in de spiegel zijn gezicht.' De zin daarna is me persoonlijk te vrij: 'Hij had een hekel aan' voegt iets toe over zijn gevoelens wat er niet zo expliciet staat, grove trekken zijn niet per se weerzinwekkend, uit het vervolg blijkt dat ook de weerzin van anderen een probleem is en dat valt hier weg, en 'amateuristisch' voor 'lomp' lijkt me een registerbreuk. Maar die dubbele punt ga ik opnieuw overwegen.@Rob: Ik ben het met je eens dat die zin niet voor niets zo is opgebouwd, maar de volgorde is zo on-Nederlands. De bepalingen 'fris geschoren' en 'met natintelende huid' lijken voor Nederlandse oren/ogen in eerste instantie op de spiegel te slaan en dat stoort. De lezer krijgt zo al de hik bij de eerste zin van het boek en de brontekst geeft daar geen aanleiding toe. De aparte aandacht voor elk element probeerde ik eerst te bereiken met die korte zinnetjes. De oplossing van Leen ondervangt het probleem van de volgorde, al wordt het geheel wel vloeiender omdat die spiegel niet meer los staat. De enig andere mogelijkheid is: 'In de spiegel bekijkt Abel, fris/pas geschoren, met nog natintelende huid, zijn gezicht.' Zo blijft het hortende karakter wat beter behouden.Wat betreft de tijd: dat het voor de afweging van belang is dat het om een trilogie gaat, landt niet zo bij mij, maar ik geef toe dat ik te vanzelfsprekend de ott overneem. Ik zal wat veldwerk doen onder de Nederlandstalige thrillers in de bieb. @ allebei: volgens mij zit ik te worstelen op het grensvlak tussen literair en redigerend vertalen. In dit genre kies je algauw voor het tweede, maar dat is hier te gemakzuchtig. Als redigerend vertaler permitteer ik me bijna bij voorbaat allerlei vrijheden; omdat ik me daarvan bewust ben, leg ik als literair vertaler op alle slakken zout. Dat veroorzaakt in eerste instantie een zekere krampachtigheid die ik vervolgens weer moet loslaten zonder helemaal de breeveertien op te gaan. Toch blijft het een thriller, en wil de lezer vooral rode oortjes krijgen van het verhaal en niet zozeer van de literaire hoogstandjes. Dank voor jullie reactie! We komen er wel :)Dorien

Reactie toevoegen