Fraaitjies

Oorspronkelijke auteur: 
Anna M. Louw
Oorspronkelijke titel: 
Kroniek van Perdepoort
Vertaler: 
Rob van der Veer

“Vertel my iets oor hom,” het die junior prokureursvrou fraaitjies by Mevrou gepleit, “hy’s mos glo een van die distrik se legendes?”

Dit was enkele minute voor die val van die kis: die draers het al reggestaan om die handvatsels te neem en die kis met die voetpad langs teen die steilte uit na die grot te dra. Ná die afloop van die kort rede het Mevrou bevel van haar man gekry om verder in die motor te gaan wag. Sy’t haar vierde verwag, met die hoop op ’n dogter dié keer. (Dit wás toe ’n dogter!) En die junior prokureursvrou het ná ’n oomblik van aarseling by Mevrou gaan inklim. Om geselskap te hou. Om uit die wind te kom. Dit kon ook lei tot kennismaking met die regte soort mense op die dorp, want ná ses maande op die platteland het die verveling begin druk.

Mevrou het die motorvenster ’n aksie afgedraai – die hitte, ten spyte van die wind!  – sy het haar handskoene uitgetrek en bymekaargevat, sodat die junior prokureursvrou begin ys het vir ’n af jak. Eintlik het sy gekom omdat sy gehoor het van die huis en sy fabelagtige inhoud. Tot dusver was dit egter ’n dooierige affêre, sonder selfs die tikkie drama van ‘n gewone begrafnis. Bowendien was die besienswaardighede alles uit die gesig en weggesluit.

Die junior prokureursvrou het sit en kyk na die vergrote sweetgaatjies op Mevrou se neus toe sy tog ’n antwoord kry: “Ons weet ook nie veel nie: toe ons sestien jaar gelede na die gemeente beroep is, was hy al oud en het kort daarna gesterf.” Niks meer nie.

 

 

Introductie: 

Dit zijn de eerste vier alinea’s van Kroniek van Perdepoort, een roman van Anna M. Louw over de teloorgang van een trots boerengeslacht. Het verhaal speelt zich af in drie dagen, die in omgekeerde volgorde worden beschreven. In de eerste scène wordt de pater familias herbegraven; zijn twee oudste zoons hebben namelijk besloten dat de begraafplaats waar hij en zijn vrouw liggen beter als landbouwgrond benut kan worden. De twee in deze alinea’s ten tonele gevoerde personages spelen in het verdere boek slechts een bijrol. Wat de vertaalproblemen betreft, beperk ik me hier tot de eerste zin. “Vertel my iets oor hom,” het die junior prokureursvrou fraaitjies by Mevrou gepleit, “hy’s mos glo een van die distrik se legendes?”

 

Reflectie: 

Afgezien van de soepele cadans stuitte ik in deze zin op minimaal vier vertaalproblemen. En zoals iedere vertaler weet: wanneer je vier vertaalproblemen uit de weg heb geruimd, vormen ze tesamen een vijfde, omdat de gevonden oplossingen niet met elkaar willen accorderen. Wat ik als eerste probleem tegenkwam, was uiteindelijk niet het grootste, maar het probleem waar ik aanvankelijk overheen las, kostte me uiteindelijk de meeste hoofdbrekens.

Het eerste waar ik niet een-twee-drie uit de voeten kon was ‘die junior prokureursvrou’. Wat is een ‘prokureur’? Ik dacht meteen aan ‘notaris’, maar dat bleek eigenwijzigheid. Het ANNA hielp me keurig aan ‘advocaat’; weliswaar blijkt uit het lemma ‘notaris’ dat veel notariële praktijken in Zuid-Afrika een onderdeel vormen van een grotere advocatenpraktijk. Zo kun je op internet bijvoorbeeld lezen: ‘Oosthuysen Prokureurs hanteer ’n groot verskeidenheid van regswerk wat insluit maar nie beperk is nie tot Regsadvies, Hooggeregshoflitigasie, Landdroshoflitigasie, Derdepartyeise, Verskafferseise, Skuldinvordering, Kontrakte, Arbeidsreg, Aktes, Transporte, Notariële dokumente. Kontak ons gerus ten einde ons in staat te stel om jou by te staan in enige regsaangeleentheid.’ Dus dat bevestigt wat het ANNA zegt.

In een vertaling kun je natuurlijk niet spreken van ‘advocaat die ook weleens als notaris functioneert’, zeker niet in een eerste zin en zeker ook niet als er nog het woordje ‘junior’ in verwerkt moet worden. Het werd dus ‘advocaat’, en later bleek dat een goede keus omdat er verderop in het boek duidelijk wordt gemaakt dat de boeren dol zijn op procederen en hun ‘prokureur’ het meest gebruiken in zijn functie van advocaat.

Daarna kwamen ‘prokureursvrou’ en ‘Mevrou’. Tweemaal ‘vrou’, is dat mooi? Louw zelf heeft daar geen moeite mee: door het hele boek staan er veel woord- en klankherhalingen binnen de zinnen, waarschijnlijk als consequentie van de spreektalige stijl zie ze hanteert (‘in die motor te gaan wag. Sy’t haar vierde verwag’). Het ‘Mevrou’ wordt gebruikt als aanduiding van de vrouw van de dominee en is een epitheton dat voor alle ingezetenen van het dorp duidelijk is. Voor Nederlandse lezers niet, en daarom viel ik in eerste instantie terug op het ouderwetse ‘domineese’, hier inpasbaar vanwege de tijd waarin de roman speelt en ook als registervertaling van het op grote standsverschillen duidende ‘Mevrouw’. Inmiddels ben ik zo aan Louws woordherhalingen gewend dat ik er geen bezwaar meer tegen heb om tweemaal ‘vrou’ in de eerste zin te zien tegenkomen. Het kan dus nog worden ‘mevrouw dominee’ of ‘de domineesvrouw’. Hoogstwaarschijnlijk wordt het ‘de domineesvrouw’, om te voorkomen dat vooral jongere lezers blijven haken aan die voor hen rare woordcombinatie ‘ mevrouw dominee’: in een eerste zin is dat niet handig.

Het volgende probleem was “Vertel my iets oor hom”. Letterlijk in het Nederlands klinkt dat te dwingend, dus daar moet iets tussen om het verzoek acceptabel te maken. En de aanspreekvorm moet formeel zijn, want de dames zijn voorlopig geen vriendinnen van elkaar. ‘Vertelt u me eens iets over hem’ is een eerste probeersel, maar als je dat uitspreekt, klinkt het heel houterig: er moet een element weg. ‘Vertelt u eens iets over hem’ klinkt al beter, zij het dat ‘eens iets’ te veel sisklanken oplevert. Is dat erg? Niet voor de stille lezer. De voorlopige versie luidt: ‘Vertelt u eens wat over hem’, een versie waarin ‘wat’ een tikje gemeenzaam klinkt, maar ja, past dat niet bij een licht streberig iemand als ‘die junior prokureursvrou’? Of bezondig ik me daarmee aan hineininterpretieren, om maar van het probleem af te zijn?

Over ‘het fraaitjies gepleit’ las ik vooralsnog heen. Ik dacht dat ik het meteen begreep en dat de vertaling moeiteloos op me af zou komen. Maar toen ik de rest van de zin op orde had en snel het laatste struikelblok uit de weg wilde werken, begon het getob.

Wat houdt het eigenlijk in, ‘fraaitjies’ – is het een alledaagse manier van beschrijven hoe je iets aan iemand vraagt? Gaat het om strijkages maken, duidt het op innemendheid, goede manieren, gaat het om een lieftallige toon? De Afrikaanse woordenboeken geven voor ‘fraaitjies’ als betekenis: ‘Fraai op ’n teer, fyn manier; liefies, fyn, sierlyk’ of is ‘op ’n fyn manier mooi, sierlik, liefies’. ‘Liefies’ leek me hier geen optie; er klonk net iets te veel valsigheid in door en Louw zelf had ook voor ‘liefies’ kunnen kiezen. Maar wat is het dan wel – ‘fraai’, ‘mooi’, ‘keurig’, ‘netjes’? Het is allemaal niet goed inpasbaar.

Toen keek ik weer naar het werkwoord, ‘het gepleit’. Achter ‘pleit’ schuilt het Engelse ‘to plead’, ‘vragen’, ‘verzoeken’. Was ‘het fraaitjies gepleit’ dan misschien een Afrikaanse variant van ‘ask nicely’, ‘netjes vragen’: met andere woorden vroeg ze het beleefd, op wellevende toon? Of doe ik daarmee het element van strijkages tekort?

Ik hink nu op twee gedachten. Die eerste zin is tamelijk compact geschreven in het Afrikaans, en eigenlijk moet die compactheid terugkeren in het Nederlands. Uitgaande van deze opvatting zou de eerste zin moeten luiden: ‘Vertelt u eens wat over hem,’ vroeg de vrouw van de jonge advocaat beleefd aan de domineesvrouw, ‘hij is toch legendarisch hier in het district?’ Maar in mijn achterhoofd blijft dat ‘fraaitjies’ pleiten om meer aandacht, en omdat een eerste informant ‘fraaitjies’ een ongewoon, eruit springend woord vond, kwam ik tot een tweede versie: ‘Vertelt u eens wat over hem,’ vroeg de vrouw van de jonge advocaat niet zonder strijkages aan de domineesvrouw, ‘hij is toch legendarisch hier in het district?’ Toch heeft dat ‘niet zonder strijkages’ iets overdrevens, het drukt het tempo van de zin, doet afbreuk aan de compactheid. Bovendien, klopt het wel?

De oplossing van het probleem ligt bij een ‘native speaker’, zoals dat in het Nederlands heet, een Afrikaanstalig iemand met taalgevoel, die beter dan een Nederlander kan bepalen wat het woord ‘fraaitjies’ inhoudt. Binnenkort heb ik een afspraak met iemand. Maar als er intussen lezers van dit stukje zijn die weten waar ‘fraaitjies’ precies voor staat, dan houd ik me van harte aanbevolen.

Reacties

"Fraaitjies" is inderdaad moeilik omskryfbaar (en dus vertaalbaar) want dit dra swaar aan betekenis! Dit sluit in 'n onderdanige en beleefde vriendelikheid wat wil uitlok of uitvra sonder om aanstoot te gee of sommer net blatant nuuskierig te klink. Want die junior prokureursvrou kan die Mevrou tog nie uitvra soos sy haar eweknieë sonder skroom na die jongste skinderstorie sou uitvra nie. Daarom moet haar nuuskierigheid 'n bietjie verdoesel word; in watte toegedraai word.Is dit direk vertaalbaar in Nederlands? G'n idee nie. My beste voorstel sou wees om dit te vervang met "voorzichtig".

Bedankt voor je reactie, Stefan. Ik heb 'fraaitjies' nu vertaald met 'voorzichtigjes'. Het achtervoegsel '-jes' geeft aan dat er een subtekst onder haar vraag zit. Het element van wellevendheid is nu wat weggevallen, natuurlijk. Ik hoop een nog wat 'strakker' woord te kunnen vinden. Ik ga nu van twee - fraai-tjies - naar vier lettergrepen en daardoor raakt het zinsritme een tikje verstoord.Rob

Kun je iets met 'vleiend'? Daar zit die wattenverpakking van Stefan in, maar ook de suggestie dat er enige pluimstrijkerij nodig is om de domineesvrouw tot vertellen te verleiden.

'Vleiend' is een wel heel sterke invulling (zo ervaar ik het tenminste) en legt ook meteen de verhoudingen strak vast. Het aftastende van 'fraaitjies' verdwijnt ermee. Het is wél een woord waarmee ik Het juiste woord kan induiken, in de hoop dat het een andere oplossing loswrikt.

Reactie toevoegen