Tuisland

Type: 
Spanningsverhalen
Auteur: 
Karin Brynard

‘Mense van die veld en van vrederigheid’

 

Tuisland is, na Plaasmoord (2009) en Onse vaders (2012), de derde politiethriller van de hand van Karin Brynard met kaptein Albertus Markus Beeslaar in de hoofdrol. Beeslaar is een speurder in de traditie van Wallander en Morse: niet de jongste meer, een beetje te dik, een beetje verwaarloosd en gekweld door Frauengeschichte. Maar een briljante speurder met een verrassend empathisch vermogen, waardoor hij altijd nét even wat meer ziet dan zijn collega’s.

In Tuisland staat Beeslaar op het punt om de Suid-Afrikaanse Polisiediens te verlaten en zich aan te sluiten bij een particuliere beveiligingsfirma in Johannesburg. Een kalm bestaan, met een behoorlijk salaris en regelmatige werktijden, ligt in het verschiet. De verhuizing van het landelijke Upington, waar hij gestationeerd is, betekent ook dat hij dichter bij zijn vriendin Gerda zal zijn. En bij Lara, zijn dochtertje, dat met haar geboorte zes maanden geleden zijn leven voorgoed heeft veranderd.

Maar voordat hij zijn ontslag kan indienen, moet hij nog één opdracht uitvoeren. Zijn overste, generaal Mogale, stuurt hem naar het gebied van de ǂKhomani-San, zo’n 200 kilometer verder naar het noorden, ‘daar waar die uitgestrekte grasvlaktes van die Noord-Kaap die rooi sand van die Groot-Kalahari ontmoet’. De plaatselijke San- of Boesmangemeenschap dreigt het hoofd van de lokale politie, Pieter ‘Kappies’ de Vos, voor de rechter te slepen op beschuldiging van nalatigheid en corruptie. En dat komt slecht uit, want het volgende weekend zal er een feestelijke bijeenkomst plaatsvinden waarbij een groot stuk grond plechtig zal worden teruggegeven aan de oorspronkelijke bewoners. Ook zal er een omvangrijk werkgelegenheids- en ontwikkelingsproject worden gelanceerd, waar veel geld van buitenlandse donororganisaties mee gemoeid is. Iedereen komt: ministers, vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, de internationale pers… En er wordt zelfs gefluisterd dat Number One in eigen persoon zijn opwachting zal maken.

Beeslaar is nog maar net aangekomen wanneer de politieman die hij moet onderzoeken, Kappies de Vos, wordt vermoord. De verdenking valt op Coin Bloubees, een kruimeldief uit de lokale Boesmangemeenschap. Kolonel Cordelia Koekoes Mentoor, de pas aangestelde bevelvoerder van het plaatselijke politiebureau, zet onmiddellijk een klopjacht op touw en negeert alle aanwijzingen dat Coin Bloubees misschien níet de man is die De Vos te grazen heeft genomen. Zoals een straatventer aan Beeslaar uitlegt: ‘Ou Cointjie het nie vir Kappies seergemaak nie, Kaptein. Hy’s lief vir dingetjies… e… e-e… leen. Klein ietsietjies. ’n Geldjie of ’n beursietjie of wat. Maar daar’s nie bloedlustigheid by hom nie. Hy’s ’n Boesman, Kaptein. Ons is nie van die doodmakerige soort nie. Ons is mense van die veld en van vrederigheid.’

Koekoes Mentoor heeft echter haar eigen redenen om Coin Bloubees voor de dood van Kappies de Vos te laten opdraaien. Want wat moet er van haar worden als uitkomt dat zij een overspelige relatie met Kappies de Vos heeft gehad en ze zich, naïef als ze was, in zijn smerige zaakjes heeft laten meeslepen? Barbertje Bloubees moet hangen

Als spanningsverhaal bevat Tuisland maar één fout, en dat is dat het voor de lezer al snel duidelijk is dat Coin Bloubees onschuldig is aan de groeiende lijst misdaden die aan hem worden toegeschreven. Mentoor heeft maar één doel voor ogen, en dat is om Coin Bloubees zo snel mogelijk achter de tralies te krijgen, vóór de spoken uit haar eigen verleden haar kunnen inhalen. Maar de lezer beseft al lang dat die uitgerekte zoektocht naar Coin Bloubees futiel is.

Want uiteindelijk draait het in Tuisland om een vernuftig plot waarin zowel diamantsmokkelaars een rol spelen als een internationaal syndicaat dat uit is op de kennis van medicinale planten – een stuk Boesmancultuur dat miljoenen waard is. Verwijzingen naar thema’s uit de Zuid-Afrikaanse actualiteit zoals grondrestitutie en corruptie maken het verhaal extra pregnant. Tegen het einde van het verhaal verplaatst de actie zich zelfs nog even naar de Afrikaner ‘vrystaat’ Orania. De gebeurtenissen ontvouwen zich tegen de achtergrond van het Kgalagadi Transnationale Park met zijn uitgestrekte zandduinen en een genadeloos schroeiende zon.

Terwijl Brynards vorige thrillers, Plaasmoord en Onse vaders, af en toe ontspoorden door een voorliefde voor absurde grappen en grollen, weet de schrijfster de humor in Tuisland perfect te doseren. Daarnaast speelt ze op virtuoze wijze met het sappige Afrikaans van de Boesmans en bruine Afrikaanssprekenden.

Karin BrynardWat Tuisland vérboven het niveau van de gemiddelde politieroman laat uitstijgen, is Karin Brynards respect en deernis voor de Boesmanbevolking van de Kalahari. De gemeenschap die Beeslaar leert kennen, bestaat uit zo’n duizend afstammelingen van de ‘Eerste Mensen’ van Zuid-Afrika, die in de loop van de geschiedenis uit hun oorspronkelijke leefgebied (‘tuisland’) zijn verdreven, maar die nu weer zijn teruggekeerd naar voorouderlijke grond. Sommigen willen een boerderij beginnen, anderen hopen rijk te worden in het cultuurtoerisme, en een minderheid droomt ervan om terug te keren naar de traditionele levensstijl van jagers en verzamelaars. Het is juist onder die laatste groep spoorsnyers en kruievroutjies dat in de weken en maanden voor Beeslaars komst een aantal raadselachtige sterfgevallen plaatsvindt. Brynard maakt dankbaar gebruik van de magie en de mythen waarvan de cultuur van de Boesmans doordesemt is. Ook laat ze af en toe de sjamaan Seko aan het woord, die in poëtische gezangen die herinneren aan de verhalen die in de jaren 1870 door Bleek en Lloyd zijn opgetekend, zíjn duiding geeft van alles wat er in het boek gebeurt.

Brynard geeft een realistisch beeld van de levensomstandigheden van de Boesmangemeenschap. ‘Dié mense hier’, zegt Jannas, een blanke onderwijzeres die tussen de Boesmans is neergestreken, tegen Beeslaar, ‘hulle is al só geboelie en verneder. Verwilder. Eintlik is daar nie ’n woord wat kan beskryf wat die San al deurgemaak het nie. […] Ek verstaan waar jy vandaan kom. Misdaad is misdaad. En aanranding moet gestraf word. Maar die Boesmans hier… Wat jy hier sien… Dis, dis… Hoe kan ek dit stel? ’n Kultuur… taal, alles wat jou maak wie jy is. Wat jou selfrespek gee, en jou bind aan ’n groep, ’n plek, jou identiteit, jou siel. Hierdie mense is van alles beroof.’

En de Boesmans van de Kalahari zijn niet de enigen in Zuid-Afrika die lijden. Ook de bruine gemeenschap worstelt met armoede, drankmisbruik en seksueel geweld. Zoals het een goede thriller betaamt, wordt er in Tuisland al op bladzijde 1 een moord gepleegd, wanneer het kamermeisje Kytie Rooi in een hotelkamer ziet hoe een Duitse toerist een klein meisje probeert aan te randen. Nadat ze de dikzak heeft neergeslagen, ontfermt Kytie zich over het kind, dat niet beter weet dan dat ze Tienrand heet, want dat is het bedrag waarvoor haar ouders haar uitleveren aan de wellust van blanke kerels. Op de vlucht voor de politie duiken ze onder bij de Boesmans van de Kalahari, waar Tienrand – of Tina, zoals Kytie haar noemt – bevriend raakt met de al even tragische verschoppeling Optel – een spilfiguur in de warrelwind van moorden en verdwijningen.

‘Ken jy die term epigenetika?’ vraagt Jannas aan Beeslaar. ‘Genetiese navorsing wat bewys dat trauma in ons DNS gaan vassit. Dit word van een geslag na ‘n volgende oorgedra. Die trauma wat ons voorgeslagte beleef, bepaal hoe ons DNS-struktuur lyk. Dit trigger negatiewe reaksies by ons wanneer ons stres ervaar. Depressie, drank, sielkundige probleme. Selfmoord. Wat met die San gebeur het in hierdie land… […] Tienrand, Optel. Dit sal hulle name bly, want dis wat ons van hulle gemaak het, Beeslaar. Opdrifsels.’

Tuisland is niet zomaar een thriller. Het is een even prachtig als schrijnend getuigenis van de rijkdom en tragiek van de Boesmans en de bruinmense van Zuid-Afrika. Het boek vormt ook een aanklacht. Een aanklacht tegen de geschiedenis die van deze mensen opdrifsels in hun eigen land heeft gemaakt, en tegen een maatschappij die hen, met alle moderne middelen, nog altijd niet beschermen kan.

 

Ingrid Glorie

 

Karin Brynard, Tuisland. Kaapstad: Penguin, 2016. ISBN: 978-1-41520-693-5. 576 pagina’s, R 250.