Zoekveld

Historicus Roeland Muskens: "Apartheid werd nooit een halszaak"

door Bas Kromhout
 
Politicoloog Roeland Muskens schreef een boek over de geschiedenis van de Nederlandse antiapartheidsbeweging. Hij toont waardering voor de activisten van weleer, maar heeft ook oog voor menselijke zwakheden. En hij ontkracht de mythe dat Nederland voorop heeft gelopen in de strijd. ‘Economische sancties pasten niet bij de Nederlandse geopolitiek.’
 
‘Tijdens de tientallen interviews met oud-activisten die ik heb gehouden, werd ik gegrepen door hun boosheid, verontwaardiging en enthousiasme,’ zegt Muskens. ‘Ikzelf kom uit de beweging voor Latijns-Amerika, waar we met afgunst keken naar de antiapartheidsmensen. Zij brachten veel meer Nederlanders op de been voor wat een “echtere” kwestie leek te zijn. Zuid-Afrika was de moeder aller foute regimes. Mijn boek is bedoeld als een monument voor de beweging, al heb ik geprobeerd objectief te zijn.’
 
Waarom heet uw boek Aan de goede kant?
‘Veel geïnterviewden gebruikten deze uitdrukking om aan te geven waar zij stonden in de strijd tegen apartheid. In hun ogen werd de Nederlanders een herkansing geboden voor hun opstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw moest er gekozen worden tussen “goed” en “fout”. Een tussenweg bestond niet.
Er is vanuit de beweging hard opgetreden tegen mensen die dachten dat ze Zuid-Afrika van binnenuit konden veranderen. Shell was net als de meeste bedrijven amoreel, maar heeft zich nooit vóór apartheid uitgesproken. Het olieconcern dacht in Zuid-Afrika het goede voorbeeld te kunnen geven door blanke en niet-blanke personeelsleden gelijk te behandelen. Tot midden jaren zeventig was dat een geaccepteerde manier om de apartheid tegemoet te treden. Maar de antiapartheidsbeweging heeft die methode geassocieerd met collaboratie. Iedereen moest alle banden met Zuid-Afrika verbreken.’
 
U beschrijft een heel scala aan Nederlandse antiapartheidsclubs, die onderling soms conflicten hadden. Waarom was de beweging zo verdeeld?
‘Dat kwam deels doordat de leidende figuren stuk voor stuk krachtige, gedreven persoonlijkheden waren. Daar kun je niet te veel van in één ruimte zetten. De Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN) en het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA) dongen bovendien allebei naar de gunst van het ANC. Ook waren er ideologische verschillen. De AABN werd gedomineerd door communisten. Het KZA, onder leiding van de PSP’er Sietse Bosgra, richtte zich strategisch op het politieke midden en met name de PvdA. De grootste partij, het CDA, was het lobbyterrein van de christelijke Werkgroep Kairos.
De antiapartheidsbeweging was verzuild, maar niet op de klassieke manier. Volgens het gebruikelijke verzuilingsmodel wordt er aan de basis gevochten, terwijl de elites coalities sluiten en samen sigaren roken. Hier was het andersom: tussen de elites werd een ideologische strijd uitgevochten, terwijl de vrijwilligers aan de basis niet doorhadden dat er verschil van ideologie bestond. Zij waren bezig met vragen als: hoe krijgen wij ons gemeentebestuur mee in het boycotten van Shell of Outspan? Voor hen was het niet interessant welke club daarin het voortouw nam. Zij snapten het geruzie aan de top niet.’
 
Was de AABN verbonden met de CPN?
‘Weliswaar waren de meeste AABN-activisten lid van die partij, maar in de archieven heb ik niets gevonden wat duidt op inmenging door de CPN. Ook de betrokkenen zelf ontkennen dat daar sprake van was. Ideologisch waren er wel overeenkomsten. Vooral in de eerste jaren na de oprichting in 1971 werd in pamfletten de koppeling gelegd met de strijd tegen het wereldkapitalisme. Later kwam de marxistische ideologie op de achtergrond te staan.’
 
Bemoeide het ANC zich met de beweging in Nederland?
‘De Nederlandse organisaties bezaten een grote mate van autonomie. Maar ze hadden het ANC nodig voor het legitimeren van hun acties, dus er vond wel enige afstemming plaats. Omgekeerd was het ANC afhankelijk van de beweging, want die zorgde voor geld en internationale druk.’
 
De Nederlandse rijksoverheid verleende subsidie aan de antiapartheidsbeweging, maar gaf niet toe aan de eis van een eenzijdige economische boycot. Kocht de overheid haar verantwoordelijkheid af?
‘In zekere zin gebruikte de regering de subsidies als wisselgeld. Economische sancties pasten niet binnen de Nederlandse geopolitiek, die van oudsher stoelt op handelsbelangen en neutraliteit. Maar om te laten zien dat Nederland wel iets deed, steunde de regering de antiapartheidsbeweging. Overigens deden lagere overheden vanaf begin jaren tachtig wel actief mee in de beweging, bijvoorbeeld door consumentenboycots te steunen.’
 
Uitgaande van de logica van de beweging zelf maakte de regering zich schuldig aan collaboratie. Mocht men de subsidies wel aannemen?
‘Ik ben nergens tegengekomen dat ook maar één club er om die reden over heeft geaarzeld. De subsidies waren van wezenlijk belang voor de organisaties, want daarmee konden zij salarissen betalen en professionele campagnes voeren.’ 
 
Hoe verklaart u de opkomst van RARA in het midden van de jaren tachtig, toen het Zuid-Afrikaanse regime voorzichtig begon te hervormen?
‘Radicalisering is bij sociale bewegingen altijd de eindfase. Eerst komt een beweging langzaam op, dan raakt zij geïnstitutionaliseerd en vervolgens verbreedt zij zich. Door de verbreding verslapt een beweging en schuurt zij meer en meer aan tegen het establishment. De preciezen verzetten zich daartegen en willen laten zien hoe het wel moet.
Daar kwam bij dat de kraakbeweging midden jaren tachtig op zoek was naar een strijdtoneel. Het huisvestingsprobleem had zichzelf overleefd. Het nieuwe thema werd Zuid-Afrika. De kraakbeweging zag de strijd tegen apartheid in het licht van de wereldwijde “totaalstrijd” tegen het kapitalistische systeem, net als de vroege AABN. Maar de AABN was marxistisch, terwijl de krakers zich niet met een bestaand “isme” wilden verbinden. Zij hadden nog de meeste sympathie voor het anarchisme.’
 
Hebben de gewelddadige RARA-acties de antiapartheidsbeweging schade berokkend?
‘Daar was veel angst voor bij de geïnstitutionaliseerde organisaties. Maar terugkijkend hebben de twee stromingen binnen de beweging veel aan elkaar gehad. Voor het publiek was niet duidelijk wie er achter de harde acties zaten. Dus als de gematigde clubs eisten dat een bedrijf zijn banden met Zuid-Afrika verbrak, dan krabde de directie zich op het achterhoofd. In een aantal gevallen leidde dat ertoe dat de eisen snel werden ingewilligd.
Omgekeerd kregen de radicalen relatief veel steun voor hun acties, omdat het publiek dankzij de gesubsidieerde organisaties al grotendeels “om” was. Acties zoals het slangen snijden bij Shell-pompen, wat een miljoenenschade heeft veroorzaakt, zijn niet of nauwelijks vervolgd. Men was er ook terughoudend mee de RARA-acties terreur te noemen.’
 
In het NRC Handelsblad van 7 mei 2014 schreef u dat de Nederlandse antiapartheidsbeweging te eenzijdig het ANC steunde en de andere bevrijdingsbewegingen negeerde. Maar was die keuze niet logisch? Het PAC wilde een Zuid-Afrika voor de Afrikanen, Inkatha was een beweging van Zoeloes. Alleen het ANC stond voor een non-raciale samenleving.
‘Dat er een beweging voor het ANC zou opstaan, was vanzelfsprekend. Maar dat organisaties die een andere keuze maakten zo verguisd werden, daar kun je kritisch over zijn. AABN en KZA konden fel uithalen naar het Azania Komitee, dat het PAC steunde, en omgekeerd. Daarbij speelde de rivaliteit tussen het ANC en het PAC mee.
Mangosuthu Buthelezi van Inkatha werd door het ANC gezien als een collaborateur. Hij vond dat het apartheidssysteem van binnenuit moest worden bestreden. Dit standpunt werd lange tijd door veel antiapartheidsactivisten gehuldigd. Johannes Verkuyl, de grand old man van Kairos, vond tot in de jaren tachtig dat er met Inkatha moest worden samengewerkt. Het ANC overwoog van Inkatha zijn legale tak in Zuid-Afrika te maken. Oliver Tambo heeft hierover onderhandelingen met Buthelezi gevoerd. Toen die mislukten, bestond alleen nog maar de uitweg van verguizing en toenemende polarisatie.
In de aanloop naar de verkiezingen van 1994 werd het ANC een politieke partij. Je kunt je afvragen of met name de Europese Gemeenschap, onder druk van de antiapartheidsbeweging, toen niet te eenzijdig de verkiezingscampagne van het ANC heeft gesteund. Ik snap van de activisten wel dat ze geprobeerd hebben Europa zover te krijgen en dat ze het als een succes zien dat dit lukte. Maar op het moment dat je over tientallen, honderden miljoenen praat, is er een grens overschreden. Zulke bedragen kunnen behoorlijk ingrijpen in de politieke verhoudingen in een land.’
 
Hoe groot was de totale Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen apartheid?
‘De stem van de Nederlandse organisaties was een van de krachtigste binnen de mondiale beweging. Maar als je kijkt naar de mate waarin de Nederlandse staat inging op de eisen van de beweging, dan ontstaat een heel ander beeld. Ons land was erg terughoudend met het verbreken van de banden met Zuid-Afrika. Een enkele minister heeft in Europees verband opgeroepen tot verdergaande stappen, maar Nederland was niet bereid het voortouw te nemen.
Dit is wel de suggestie die vandaag de dag wordt gewekt. Bij het overlijden van Nelson Mandela zei premier Rutte dat Nederland “voorop ging in de strijd” tegen apartheid. Zijn voorganger Ruub Lubbers opperde na de omwenteling in Zuid-Afrika dat Nederlandse bedrijven daarom vooraan in de rij mochten gaan staan om zaken te doen met het post-apartheidsbewind. Dat was schaamteloos.’
 
En hoe deed de Nederlandse bevolking het in de ‘herkansing’?
‘Goed, internationaal gezien. Apartheid was een huiskameronderwerp. Het kwam in de media, er werd over gepreekt in de kerk, er werd actie tegen gevoerd op scholen en in bedrijven. Tot ongeveer 1982 was een grote minderheid van de Nederlanders voor eenzijdige stappen, daarna zelfs een kleine meerderheid. Maar apartheid is nooit een halszaak geweest en speelde geen rol bij verkiezingen. Het CDA, dat niets voelde voor eenzijdige maatregelen, bleef de grootste partij. Nog meer betrokkenheid kon, denk ik, niet van de Nederlanders worden verwacht. Zuid-Afrika bleef ver van ons bed.’
 
Roeland Muskens, Aan de goede kant. Biografie van de Nederlandse antiapartheidsbeweging 1960-1990. Uitgeverij Aspekt, 2014. 683 blz. € 27,95.
 
Dit artikel is oorspronkelijk in oktober 2014 verschenen in Maandblad Zuid-Afrika.