Plaasstories

Oorspronkelijke auteur: 
Abraham H. de Vries
Oorspronkelijke titel: 
Rooikoos Willemse is soek
Vertaler: 
Titia van Wulfften Palthe
Titia van Wulfften Palthe is tolk-vertaler Nederlands-Engels-Nederlands en als zodanig ingeschreven bij het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv). Voor het Afrikaans staat zij op de Uitwijklijst van het Rbtv en is oproepbaar als tolk Afrikaans in de Nederlandse rechtbanken. Een belangrijk deel van haar werkzaamheden bestaat uit de correctie en redactie van Engelstalige artikelen van promovendi en/of arts-onderzoekers, die ter publicatie aangeboden worden aan internationale medische tijdschriften, vooral op het gebied van de kindergeneeskunde.
Vanwege het feit dat Titia in Zuid-Afrika is opgegroeid, koestert zij een speciale belangstelling voor het Afrikaans en de Afrikaanse letterkunde. Sinds oktober 2011 maakt zij deel uit van een werkgroep vertalers Afrikaans-Nederlands onder leiding van vertaalster Riet de Jong-Goossens. Deze groep vertaalt Afrikaanse teksten naar het Nederlands en ieders vertaling wordt afzonderlijk besproken. Titia is o.a. lid van de leeskring van het Zuid-Afrikahuis en sinds kort maakt zij deel uit van de redactie van het Maandblad Zuid-Afrika. Ze is getrouwd en heeft een zoon.
 
 
Introductie: 
Die bankstel en die moordenaar
 
Samuel en Anna moes die geneuk sien aankom het, maar hulle het nie so opgelet nie en toe hulle vir hulle weer kom kry, toe staan Anna met die plaastelefoon se gehoorbuis in haar hand en al wat sy kan uitkry, is: “Tertia bring ’n Tokkelok huis toe. Volgende week al. Hoeveel maal het ek al vir jou gesê ons moet die bankstel in die sitkamer laat oortrek!”
 
Dit is de openingszin van één van de plaaswinkelstories uit de bundel Rooikoos Willemse is soek van Abraham de Vries. Het is een zin waarin meteen vijf vertaalproblemen voor de vertaler Afrikaans–Nederlands aan bod komen en dus een aardige zin om in het Vertaalatelier te bespreken.
 
 
Vertaling: 
1. Om te beginnen de invloed van het Engels. In 'Samuel en Anna moes die geneuk sien aankom het...' hoor ik het Engelse 'Samuel and Anna should have seen... coming' er doorheen. Het is aan mij, als vertaler, om hier natuurlijk klinkend Nederlands van te maken.
 
2. Dan is er de kwestie van het historisch presens, de historisch tegenwoordige tijd, die de vertaler voor een soms moeilijke keuze stelt vanwege de vermenging met verleden tijd. Deze tijdsaanduiding is in de Afrikaanse vertelkunst een gebruikelijke manier om een verhaal te verlevendigen. Al weet de lezer of toehoorder dat een tafereel zich in het verleden afspeelt, heeft hij het gevoel dat het hier en nu gebeurt en hij persoonlijk getuige is van hetgeen verteld wordt. In het Nederlands horen we deze vorm ook, bijvoorbeeld bij het vertellen van een grap: ‘Komt Moos bij de dokter en zegt … ’. Maar het wordt minder vaak, of helemaal niet, gebruikt in Nederlandse romans, volgens Rob van der Veer omdat er het odium van experimenteel of moeilijk proza aan kleeft (zie zijn inleiding aan het begin van het Vertaalatelier hierboven).
Naar mijn idee kun je af en toe best gebruik van maken van deze stijlfiguur in de Nederlandse vertaling van een specifieke passage in het Afrikaans. Wanneer je de lezer even helemaal mee wil nemen in de handeling, bijvoorbeeld wanneer het verhaal zijn climax bereikt (zoals verderop in dit verhaal).
Werkwoorden in het Afrikaans hebben slechts twee vormen: de stam werk en het voltooid deelwoord gewerk in combinatie met het vervoegde hulpwerkwoord het, dus het ge + de stam van het werkwoord: het gewerk. In het Nederlands kunnen we kiezen uit drie vormen, de onvoltooid verleden tijd ‘ik werkte’, de voltooid tegenwoordige tijd ‘ik heb gewerkt’ en de voltooid verleden tijd ‘ik had gewerkt’. In het Afrikaans is dit allemaal ek het gewerk (zie Grammatica van het Afrikaans, A. Verdoolaege en J. Van Keymeulen, Gent, 2010).
Voorbeelden van het historisch presens in bovengenoemde zin zijn: 'toe staan Anna' en 'al wat sy kan uitkry'.
 
3. Waar we in deze eerste zin ook kennis mee maken is de typisch Afrikaanse idiomatische uitdrukking 'toe hulle vir hulle weer kom kry', voor kenners van het Afrikaans zeer herkenbaar, maar voor Nederlandstaligen is het niet meteen voor de hand liggend wat ermee bedoeld wordt. De vertaler moet hier een duidelijk Nederlands equivalent voor vinden.
 
4. Dan de heerlijke Zuid-Afrikaanse plattelandsnostalgie van die plaaslyn. Dit was een gemeenschappelijke telefoonlijn samen met een stuk of tien buren met ieder een eigen telefoonnummer dat herkenbaar was aan een specifieke beltoon. Ook mij voert dit terug naar de jaren van mijn jeugd op een plasie met de naam Vaalbank in de oude Transvaal. Ons nummer was Magaliesburg 1411. De eerste twee cijfers waren voor alle tien buren hetzelfde, in dit geval 14, gevolgd door twee cijfers. De eerste gaf het aantal korte beltonen en het tweede het aantal lange tonen. Een oproep voor ons was dus te herkennen aan één korte en één lange beltoon. Als de telefoon ging, rinkelde die bij  alle tien buren tegelijk. Maar alleen degene voor wie de oproep bestemd was, werd geacht aan te nemen. Niets kon je ooit lang geheim houden, want er was altijd wel een tannie die de gesprekken afluisterde en dan lagen al je geheimen letterlijk op straat.
 
5. Tenslotte maken we kennis met de Tokkelok. Typisch Afrikaanse studententaal voor theologiestudent, van origine een jonge man die in Stellenbosch theologie studeert, zoals in dit verhaal het geval is. Het woord is een vervorming van Teologiese Kweekskool Stellenbosch (zie Etimologiewoordeboek van Afrikaans, 2003). Later is deze opgegaan in de Faculteit Theologie van de Universiteit van Stellenbosch en inmiddels hoeft een Tokkelok ook niet meer per se uit Stellenbosch te komen.
 
Hieronder mijn vertaling van de openingszin, waarin ik getracht heb de bovengenoemde problemen op te lossen:
 
 
Reflectie: 
HET BANKSTEL EN DE MOORDENAAR
 
Eigenlijk hadden Samuel en Anna het gedonder moeten zien aankomen, maar ze hadden niets in de gaten en vóór ze het wisten stond Anna met de hoorn van de gemeenschappelijke telefoonlijn in haar hand en het enige dat ze kon uitbrengen was: “Tertia brengt een theologiestudje mee naar huis. Volgende week al. Hoe vaak heb ik je niet al gezegd dat we het bankstel in de zitkamer moeten laten bekleden!”
 
Voor de grap doe ik mijn Engelse vertaling er ook bij:
 
The lounge suite and the murderer
 
Samuel and Anna should have seen the shit coming, but they weren’t paying much attention and before they realized what was going on Anna stood holding the receiver of the party line in her hand and all she could say was: “Tertia is bringing a theology student home. Next week. How often have I told you we should get the lounge suite upholstered!”
 
Een vertaling is nooit af... schieten maar!
 
 
Wilt u reageren? Stuur dan een mailtje naar: redactie@maandbladzuidafrika.nl.