Het suikervogeltje

Type: 
Historische en streekromans
Auteur: 
Pauline Vijverberg

Interview met schrijfster Pauline Vijverberg:

 

‘Fantasie brengt historische feiten tot leven’

 

Op woensdag 22 februari vindt in het Zuid-Afrikahuis de presentatie plaats van Het suikervogeltje, een historische roman over een Rotterdams weesmeisje dat in de VOC-tijd naar Kaap de Goede Hoop wordt gestuurd om te trouwen met een man die ze niet kent.

 

Pauline, je woont sinds 2000 met je gezin in Johannesburg. Waar wonen jullie precies, hoe ziet je dagelijks leven eruit en hoe bevalt Zuid-Afrika je?

We wonen op een heuvel in een van de buitenwijken halverwege tussen Johannesburg en Pretoria. Op een heldere dag zie je de Magaliesbergen. ’s Avonds horen we de jakhalzen en op ons dak rust soms de Afrikaanse Oehoe. Ik las eens dat thuis niet is waar je bent opgegroeid of waar je ouders wonen. Maar dat het een plaats is waar, als je geluk hebt, je hart van gaat zingen omdat je weet dat je er hoort.

Van acht tot een schrijf ik en ’s middags doe ik onderzoek en lees ik. En tussendoor zorg ik voor mijn familie. Een voor een vliegen mijn kinderen uit.

Zuid-Afrika is een land van uitersten, fascinerend, inspirerend, moedeloos makend en hartverheffend. Het is een land met een grote kloof tussen arm en rijk. Het is een land van immigranten, waarbij mensen altijd met zichzelf moeten onderhandelen wat en wie ze achterlaten. Een eeuwigdurende dialoog tussen daar en hier, toen en nu. Ik hou van dit land, maar ben me dagelijks bewust van deze uitersten en ik ben steeds op zoek naar een manier om daarmee om te gaan.

 

Hoe ben je het gegeven van de Rotterdamse weesmeisjes die naar de Kaap gestuurd werden op het spoor gekomen? Heb je veel research voor je boek gedaan? Welke ontdekking vond je zelf het meest verrassend?

Voor het eerst las ik over de weesmeisjes in een boek van James Michener, The Covenant. Daarin werden ze de nichtjes van de koning genoemd. Ik heb veel geluk gehad door het vinden van gedetailleerde observaties die al door anderen werden gedaan. In de beginfase van mijn onderzoek stuitte ik op een boek van een Britse arts, Geoffrey Dean. Hij wist veel over Ariaan en Willemijn, de twee hoofdpersonen uit mijn boek, vanwege hun genetische aandoening, porfyrie. Verder is er veel bekend door onderzoek van de nazaten van de Hugenoten, die samen met de acht meisjes op een schip uit Rotterdam aankwamen, en ook door het genealogisch speurwerk van hun familieleden en nakomelingen.

Ik heb onder andere tijd doorgebracht met een archivaris uit Rotterdam. Ik ben ook in de gebieden en gebouwen in de Kaap geweest die voor die tijd belangrijk waren en ik ging op zoek naar de boerderij waar Ariaan zich gevestigd moet hebben. Ik voelde haar af en toe over mijn schouder meekijken en aanwijzingen geven.

Er waren veel verrassingen waar ik gaandeweg mee te maken kreeg: hoe de familierelatie eigenlijk in elkaar zat en dat de zoon van Willemijn een bekende Afrikaner zou worden. Maar ook dat bijvoorbeeld aloë’s tot de exportproducten van de Kaap uit die tijd behoorden maar niet onder het vergunningenstelsel van de VOC vielen, was nieuw voor mij.  

 

Ariaan is een sterke jonge vrouw. Wat wist je van haar, op basis van de bronnen, en wat heb je zelf verzonnen? En waarom heb je juist haar als hoofdpersonage gekozen?

Het enige wat ik echt van haar wist, is gebaseerd op de gegevens uit een archief: met wie ze trouwde, hoeveel kinderen ze had, haar inboedelverdeling en het geheim van haar genetische afwijking. De rest heb ik met mijn verbeelding ingekleurd. Over haar en Willemijn heb ik het meeste teruggevonden. Ik had eerst Willemijn als hoofdpersoon, maar terwijl ik schreef, werd de stem van Ariaan luider, ze stal scènes en de rollen draaiden zich om.

 

Je roman geeft commentaar op de rassenverhoudingen aan de Kaap in de zeventiende eeuw. Het lijkt alsof je Ariaan hier een 21e-eeuwse visie meegeeft: via de slaaf Klaas hoort Ariaan bijvoorbeeld van het principe van ‘ubuntu’, dat we nu vooral kennen dankzij aartsbisschop Tutu en Nelson Mandela. Is deze roman ook een commentaar op het Zuid-Afrika van vandaag?

Ariaan was een weesmeisje en ondanks de goede intenties van het weeshuis denk ik dat zij zich kon identificeren met de verdrukten van de maatschappij. Ik wilde aangeven dat ook in de zeventiende eeuw mensen respectvol met elkaar konden omgaan.

Het principe van ubuntu is een eeuwenoud begrip: het betekent menslievendheid jegens anderen en is door aartsbisschop Tutu in een nieuw jasje gestoken.

Ik wilde juist niet de link leggen tussen de politiek van toen en die van nu. Eigenbelang, vriendjespolitiek en corruptie hebben altijd een rol in de politiek gespeeld. Door de eeuwen heen zijn eigenschappen zoals compassie en medeleven, of machtswellust en jaloezie, hartstocht, liefde, genegenheid, kortom de manier waarop mensen met elkaar omgaan, onveranderd.

 

Ariaan weet haar eigen geld te verdienen door de medische kennis die ze in Rotterdam en op het schip heeft opgedaan te combineren met de kennis die ze bij Klaas opdoet van inheemse planten. Ze staat meer open voor inheemse spiritualiteit dan andere Europeanen. Opnieuw stel je Ariaan voor als een bijna 21e-eeuwse vrouw: aan de ene kant met een wetenschappelijke inslag, aan de andere kant ook spiritueel. In hoeverre boden de historische bronnen hier aanleiding toe, en in hoeverre heb je hier je eigen fantasie laten gaan?

Dat het zo erg was aan boord van de Berg China heb ik in de archiefverslagen teruggevonden: twintig mensen overleden aan scheurbuik en aan andere ziekten. Voor al die VOC-schepen gold toen dat veel mensenlevens verloren gingen. Over de gevolgen van langdurig vitaminetekort was weinig bekend. Een geneeskundige uit 1700 dacht dat scheurbuik een probleem van de bloedcirculatie was. Ook in het ziekenhuis overleden veel mensen. Het ziekenhuis had niet voor niets ‘het Kerkhof’ als bijnaam.

Wel was het een tijd van nieuwe uitvindingen en de interesse voor inheemse planten was groot. De tuinen die Van Riebeeck aanlegde, werden uitgebreid en er werd veel onderzoek gedaan naar alle nieuwe plantensoorten. Jan Hartog en Bernard Oldenland, botanisten die werkten in de Compagniestuin, bestudeerden de inheemse planten en brachten ze in kaart en baron Van Rheede tot Drakenstein stelde een boek samen, Hortus Malabaricus, over de flora en de medicinale waarden ervan.

Ariaan, weten we nu, leed aan porfyrie. Een ziekte waarbij huidproblemen, zoals blaarvorming als reactie op zonlicht, tot de symptomen behoren. Dat ze daardoor interesse had voor helende kruiden is mijn eigen conclusie.

Fantasie, verbeelding, daarmee komt voor mij een verhaal tot leven. Ik wilde voorkomen dat het een geschiedenisles zou worden, maar heb zoveel mogelijk geprobeerd me aan de feiten te houden, door gedetailleerd en uitgebreid onderzoek te doen, want het moest wel kloppen wat ik schreef. De roman is gebaseerd op echte gebeurtenissen en werkelijke mensen, van wie iedere actie al bestond, zelfs voor ik begon. Als bijvoorbeeld Ariaan op een bepaalde dag trouwde, of als Hendrik bij de molen ruzie maakte, moesten ze dat in mijn roman ook doen. Ik heb echte mensen niets laten doen wat ze niet echt gedaan hebben. Dietlof heeft bijvoorbeeld bij het ziekenhuis gewerkt en heeft een kind van een slavin gehad.

 

Heb je al plannen voor een volgend boek?

Ik ben klaar met de Engelse versie van mijn derde boek dat ik nu in het Nederlands aan het herschrijven ben. De Nederlandse titel is Onder de vlinderbloemenboom en het gaat over een tweeling in het concentratiekamp tijdens de Boerenoorlog en een Nederlandse onderzoeker honderd jaar later die epigenetica bestudeert. Het gaat over in hoeverre daden uit het verleden het heden kunnen beïnvloeden.

 

Ingrid Glorie

 

Pauline Vijverberg, Het suikervogeltje. Schoorl: Conserve, 2017. 292 p., € 19,99

Boekpresentatie: Zuid-Afrikahuis, woensdag 22 februari 2017, 15.00 uur (zaal open: 14.30 uur). Het suikervogeltje is na afloop te koop. Natuurlijk zal Pauline Vijverberg haar boek graag voor u signeren! De boekpresentatie is gratis toegankelijk, maar reserveren is gewenst: evenementen@zuidafrikahuis.nl.