Zoekveld

‘In Zuid-Afrika leeft de geschiedenis voort’

Interview met tv-maker Hans Goedkoop

 

door Ingrid Glorie

 

Vanaf 23 maart is op NPO2 een zevendelige documentairereeks over Zuid-Afrika te zien, Goede Hoop getiteld, net als de tentoonstelling in het Rijks. Presentator is Hans Goedkoop, bekend van het geschiedenisprogramma Andere tijden. Als we elkaar ontmoeten, is hij net terug uit Zuid-Afrika, en nog vol van alle indrukken.

 

 

De documentaireserie Goede Hoop is het eerste resultaat van een nieuw samenwerkingsverband tussen het Rijksmuseum en de NTR. Naast de documentaireserie maakt de NTR een zesdelige jeugdserie over Zuid-Afrika voor Het Klokhuis én een reeks schooltv-programma’s. Het is de bedoeling dat in de toekomst ook andere grote tentoonstellingen in het Rijks met NTR-programma’s zullen worden begeleid.

Presentator Hans Goedkoop is enthousiast over de samenwerking met het Rijksmuseum. ‘Er is veel onderliggende research die je met elkaar kunt delen. Maar er zijn ook verschillen. Een tentoonstelling haalt voorwerpen uit collecties en heeft als kick dat je het oorspronkelijke voorwerp ziet. Bij televisie zit er altijd een scherm tussen. Maar televisie kan wel plekken en mensen laten zien. Het bijzondere van Zuid-Afrika is dat mensen daar nog echt leven mét, om niet te zeggen: belast zijn dóór de geschiedenis. Daardoor switchen ze heel makkelijk heen en weer tussen de situatie en de historische achtergrond daarvan. Dat geschiedenis zo emotioneel ligt, is natuurlijk waanzinnig dankbaar voor televisie.’

  

Op zoek naar de andere kant

Als we elkaar spreken, wordt er zowel aan de tentoonstelling als aan de televisieserie nog hard gewerkt. Goedkoop verwacht niet dat er grote ideologische verschillen zullen zijn. ‘Het Rijksmuseum vertelt het verhaal ruwweg chronologisch in tien zalen, en wij doen het ruwweg chronologisch in zeven afleveringen. Daarbij zitten we veelal met dezelfde vragen. Je gaat op zoek naar de Nederlandse geschiedenis van Zuid-Afrika, maar dat betekent niet dat je de geschiedenis alleen vanuit de Nederlandse kant wilt belichten. Als je kijkt hoe anderen de komst en het verblijf van de Nederlanders en hun nazaten hebben ervaren, dan is dat vaak geen blij verhaal.’

Een probleem waar zowel de tentoonstellingsmakers als de televisieploeg tegenaan liepen, is dat het merendeel van de overgeleverde bronnen alleen de Nederlandse kant van het verhaal vertelt. Goedkoop en zijn span moesten soms doelbewust op zoek naar manieren om ook de andere kant van het verhaal te laten zien. Zo vroegen ze een van de leiders van de hedendaagse Khoisan-gemeenschap om te reageren op een contract uit de jaren 1660 waarin een ‘Prince’ van de Khoisan vrijwel de hele Kaap aan de Nederlanders verkwanselt. ‘Dat is ingewikkeld’, zegt Goedkoop, ‘want wat betekent dat in deze tijd: Khoisan zijn? Deze vrouw identificeert zichzelf als Khoisan en ze probeert de tradities van de Khoisan levend te houden en in sommige gevallen misschien ook wel uit te vinden. Ze wordt door haar gemeenschap ook als chief erkend, maar wie precies die gemeenschap zijn en hoe groot die is…?’ Toen de vrouw het contract zag, struikelde ze meteen over de titel ‘Prince’. De Khoisan kenden in hun cultuur helemaal geen prinsen en het is dan ook maar de vraag wie deze ‘prince’ vertegenwoordigde. Daarbij was het contract in het Nederlands gesteld, een taal die de meeste Khoisan niet kenden. ‘Het contract bestaat’, constateert Goedkoop. ‘Daar kom je niet onderuit. En de Nederlandse handtekening laat zien dat we hier met een origineel te maken hebben. Maar je kunt wel vragen stellen over de betekenis van zo’n contract voor de Khoisan die geen landeigendom kenden.’

De tv-makers hebben hun best gedaan om ook die andere kant in beeld te brengen. Bij sommige onderwerpen ging dat makkelijker dan bij andere. ‘Bij sommige afleveringen denk je: het is een beetje een wit verhaal geworden’, erkent Goedkoop. ‘Maar het is moeilijk om daaraan te ontsnappen. Ik hoop dat de serie als geheel toch vragen stelt enals een soort lappendeken van de geschiedenis toch veel schakeringen laat zien.’

 

 Geschiedenis en actualiteit

Om televisieprogramma’s te maken, is duur, vooral wanneer er ver weg in het buitenland gefilmd moet worden, dus er moet zo efficiënt mogelijk worden gewerkt. Daarom is de redactie van Goede Hoop al in het najaar van 2015 begonnen met research. De opnames ter plaatse zijn gemaakt in augustus, september en oktober 2016. Goedkoop zelf is tien weken in Zuid-Afrika geweest. Tegen de tijd dat hij aankwam, had zijn redactie al het nodige voorwerk gedaan, en natuurlijk had hij zich zelf ook stevig ingelezen. Toch wilde hij niet alles vantevoren weten. ‘Gooi me maar in het diepe. Anders weet ik te veel. Er moet een zekere mate van verrassing blijven. Dat is de enige manier waarop er iets gebeurt.’

Daar kwam bij, dat er, terwijl ze daar waren, van alles in de actualiteit van Zuid-Afrika gebeurde met duidelijke historische wortels. De studentenprotesten, bijvoorbeeld. Op een van de eerste draaidagen zouden ze op de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg een discussie filmen over de vraag of het beeld van de geschiedenis sinds 1994 veranderd is. De campus bleek echter hermetisch afgesloten. Toen ze hoorden dat hun contactpersoon, een zwarte student, die middag ging demonstreren, besloten Goedkoop en zijn team mee te gaan.

Hij herinnert zich dat de mensenmassa in een bepaalde richting bewoog. ‘Maar opeens werd de meute door de politie teruggeduwd, en even later zijn er stun grenades en rubberkogels… We wisten nog van niets! Behalve dat je al vrij snel het gevoel krijgt: er dreigt hier geweld. Sommigen zijn bang voor geweld, anderen flirten ermee, onbeschroomd. In hun ogen is geweld de enige manier om iets voor elkaar te krijgen. In Nederland groeien we op met het idee dat geweld het einde van de communicatie is. Maar deze studenten zijn opgegroeid met allerlei historische voorbeelden die suggereren dat geweld het begin van de serieuze communicatie is. Ze staan tegenover de oproerpolitie en denken: “Sharpeville! Soweto!” Je merkt al snel dat er jongeren zijn die erop wachten dat een student dood weggedragen wordt en daar een iconische foto van wordt gemaakt.’

 

Multiculturele samenleving

Het idee om naar de relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika te kijken en daarbij ook de ‘rafelranden van de geschiedenis’ mee te nemen, is afkomstig van Martine Gosselink, Hoofd Geschiedenis van het Rijksmuseum. Een onderbelicht stuk van het vaderlandse verleden, vindt ook Hans Goedkoop. Wat Zuid-Afrika voor hem nóg interessanter maakt, is de vergelijking met Nederland. ‘We leven in Nederland sinds enkele decennia met de eerste aanzetten van een multiculturele samenleving. We krijgen óf een multiculturele samenleving, óf een bloedbad. Dat is wat je in Zuid-Afrika ook steeds weer ziet: óf je komt eruit met elkaar, óf niet, met alle gevolgen van dien. Het is ironisch en deemoedig stemmend dat wij na een paar decennia aan dit vraagstuk gesnuffeld te hebben al in paniek verkeren, terwijl we buitengewoon makkelijk oordelen over het leven in Zuid-Afrika. Het is fascinerend dat er driehonderd jaar geleden onder de Nederlanders aan de Kaap al een samenlevinkje ontstond dat experimenteerde met dit soort vragen.’

Heeft de moraal van Goede Hoop dus betrekking op Nederland in de huidige tijd? ‘Mijn eerste moraal zou zijn: laten we eerst eens tot 10 tellen voor we ons een oordeel aanmeten’, antwoordt Goedkoop. ‘Ik vind niet dat je per definitie geen oordeel mag vellen. Dan schakel je je eigen geest en geweten bij voorbaat uit en maak je het jezelf te makkelijk. Maar om een oordeel te kunnen vormen moet je wel gaan kijken in zo’n land. Dan merk je al snel dat de situatie zo ingewikkeld is dat je alleen maar verder van zo’n oordeel af dreigt te raken.’

Na Brexit, na de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten en met de verkiezingen in Nederland en Frankrijk in het verschiet, is het thema wit suprematisme nu ook buiten Zuid-Afrika uiterst actueel. Goedkoop houdt van een multiculturele samenleving. ‘Het is verrijkend, het is goed voor je empathie, het is gewoon beschaving.’ Maar hij heeft ook oog voor de uitdagingen die het samenleven met groepen van verschillende achtergronden met zich meebrengt. ‘De backlash die nu ontstaat, ook in Europa, is er niet voor niets. Alleen maar vrome praatjes verkopen is niet genoeg. Want mensen hebben er last van. Je kunt wel zeggen: “Je hebt ongelijk omdat je daar last van hebt; je mag er geen last van hebben.” Maar in Zuid-Afrika merk je onmiddellijk dat je niet om de kleur van een persoon heen kunt kijken. Zij kunnen ook niet om jouw kleur heen kijken. Doen alsof het geen rol speelt, is een ontkenning van de werkelijkheid. Voor mij was mijn hele verblijf daar, tien weken lang, een oefening in het ondergaan van de complexiteit van zo’n samenleving, de spanningen die dat geeft en de erkenning hoe lastig dat ook wel degelijk voor jouzelf is.’

 

Goede bedoelingen

De spanningen in de huidige Zuid-Afrikaanse samenleving zijn voor een deel inderdaad te herleiden tot de komst van Jan van Riebeeck in 1652. Heeft president Zuma dan toch gelijk? Hebben de Nederlanders het allemaal fout gedaan? Goedkoop: ‘De richtlijnen van de VOC aan Van Riebeeck waren duidelijk: je mag de lokale bevolking niet tot slaaf maken, je moet ze te vriend houden, je moet ze ongemoeid laten. Maar vervolgens wilde diezelfde VOC niet alleen schoon drinkwater hebben, maar ook graan, groente en vlees. Die moest de inheemse bevolking leveren en als dat niet gebeurde, moest je zelf boeren neerzetten. Die boeren hadden grond nodig en daarmee kom je op het terrein van de lokale bevolking.’

Toch zie je volgens Goedkoop dwars door de Zuid-Afrikaanse geschiedenis heen, zelfs in de apartheidstijd, blanken die het goed bedoelen. ‘Niet iedereen was een folteraar op Vlakplaas. Mensen wisten niet eens dat zoiets bestond, op een kleine kring na. Ze wilden het waarschijnlijk ook niet weten. Maar ik denk dat er een aanzienlijke groep was die geen idee had in wat voor politiestaat ze leefden. Ook daarin vind ik dat je je oordeel niet totaal terzijde moet schuiven, maar wel moet opschorten in die zin dat je echt naar mensen moet luisteren. Natuurlijk zie je ook veel vals bewustzijn. Aan de ene kant zijn ze aardig voor hun personeel  ̶   “Ze is deel van de familie, zo’n schat, onze Maria”  ̶  maar even later raken ze de meest verschrikkelijke dingen over zwarten kwijt. De menselijke geest is een spekkoek van bewustzijnslagen.’

 

Twee kanten

Goedkoop kan zich de verbittering van sommige Afrikaners ná 1994 wel voorstellen. ‘Het idee dat ineens alles fout aan je is, is moeilijk te verkroppen. Voor een deel probeer je het te begrijpen en te incasseren. Maar er is ook iets elementairs in je  ̶  iedereen zal dat herkennen  ̶  dat zegt: “Niet alles aan mij is fout. Niet alles aan mijn ouders en voorouders van wie ik gehouden heb, is fout. Zo kan het niet zijn!” Je komt gewoon in opstand tegen dat idee. En je komt al helemaal in opstand tegen het idee dat er geen plaats voor jou zou zijn in dat land terwijl je familie er al honderden jaren woont. Ik vind het ook goed dat je vervolgens op zoek gaat naar wat er wel goed is geweest in je eigen geschiedenis. Dat is de enige vitale manier om jezelf opnieuw te wortelen in zo’n samenleving, om je plaats te bepalen, om een zeker zelfbewustzijn te behouden en jezelf staande te houden tegenover andere bevolkingsgroepen die nu opeens de macht hebben. Maar als dat nationalisme AWB-achtige trekken gaat vertonen, gaat het mis.’

Goedkoop komt zelf uit een familie met een Indisch koloniaal verleden. Daardoor kan hij zich goed verplaatsen in de huidige positie van de Afrikaners. Zijn grootvader heeft als KNIL-officier deelgenomen aan de politionele acties. ‘Ook dat is ingewikkeld. Pas sinds een paar jaar realiseer ik me dat je twee dingen uit elkaar kunt houden. Op geopolitiek niveau kun je stellen: die oorlog had niet gevoerd moeten worden. Maar tegelijkertijd kunnen mensen binnen die oorlog op een persoonlijk niveau wel degelijk moedig en bewonderenswaardig zijn, en dat was mijn opa zeker. Ik denk dat de Afrikaners ook op zoek zijn naar een dergelijke verkaveling. Je kunt aan de ene kant vinden dat een flink deel van het Afrikaner verleden  ̶   met name de apartheid  ̶  verkeerd was, en tegelijkertijd kun je naar je vader, moeder, opa onder die apartheid kijken en zeggen: en toch waren dat mensen met een hoge moraal.’

Aan de andere kant begrijpt Goedkoop ook de frustratie zwarte studenten heel goed. Hoewel veel gebouwen inmiddels een nieuwe naam hebben gekregen, blijken er op de campus van de Universiteit Stellenbosch nog steeds gebouwen te vinden met een naam die herinnert aan het apartheidsverleden. Goedkoop vergelijkt de verontwaardiging van de zwarte studenten hierover met de ophef over het beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, een paar jaar geleden. ‘Dat is toen netjes opgelost, onder meer met een plaquette. Maar als ik naar deze studenten luister, snap ik wel dat een plaquette alleen niet genoeg is. Als historicus ben ik in principe tegen het uitwissen van het verleden. Maar voor het eerst dacht ik: ja, er zijn omstandigheden waarin je echt het verleden moet wissen, dit kan gewoon niet! Daarmee ben ik als historicus over een persoonlijk taboe heen gestapt. Inmiddels denk ik: de Coen-tunnel?! Als ik niet tien weken in Zuid-Afrika was geweest en met de studenten daar had gesproken, had ik me niet gerealiseerd dat mijn vroegere onverschilligheid over zo’n naam toch white privilege-denken is.’

 

Last van de geschiedenis

Tijdens de perspresentatie van Goede Hoop was één aflevering uit de reeks alvast te zien. Hieruit bleek duidelijk dat de makers steeds proberen aan alle standpunten recht te doen zonder daarbij het eigen perspectief uit het oog verliezen. Een knap staaltje evenwichtskunst. Goedkoop: ‘Ik houd van complexiteit. Als het te ingewikkeld wordt, kan het er bij de montage altijd nog uit. Dan probeer je het verhaal zo veel mogelijk uit te benen en iets wat complex is, zo helder mogelijk te maken. Maar het gaat mij om de complexiteit. Dat is het begin, einde en alles ertussen in.’

 

 

Wat Goedkoop het meest zal bijblijven van zijn tijd in Zuid-Afrika, is het bezoek aan een school in Lavender Hill, een arme voorstad van Kaapstad waar veel kleurlingen wonen. De tv-ploeg wilde kijken wat de leerlingen van deze school over de geschiedenis van hun voorouders, de Khoisan, weten. Dat bleek tegen te vallen. De kinderen hadden speciaal voor de gasten uit Nederland een prachtige les over Jan van Riebeeck voorbereid, maar van hun eigen geschiedenis wisten ze niets. Goedkoop: ‘Jan van Riebeeck is nog steeds de kern van het curriculum. Er zijn wel nieuwe boeken, maar die bereiken zo’n arme wijk niet. En ze proberen het perspectief ook wel te kantelen, bijvoorbeeld door zich voor te stellen hoe de mensen die op het strand stonden keken naar die schepen die daar aankwamen. Maar het blijft Jan van Riebeeck.’ De ploeg wilde de camera alweer inpakken toen een jongetje een vraag stelde die Goedkoop niet meteen verstond – vanwege het Kaapse accent, maar ook omdat de strekking ervan voor hem als een totale verrassing kwam: ‘Do you also have shootings?’ ‘En toen kwamen de verhalen los’, herinnert Goedkoop zich. ‘Al die kinderen kenden wel iemand die in een bende zat of iemand die door bendegeweld om het leven was gekomen. Een week geleden was er nog een shoot-out geweest tussen twee gangs die aan weerszijden van de school zaten. Tijdens het middaguur, iedereen zat met z’n lunch buiten. Iedereen moest plat op de grond gaan liggen. Eén docent lag toen wij er waren nog steeds in het ziekenhuis. En die kinderen? Ze hebben allemaal broers en zussen die in die gangs zitten, dus als er iets gebeurt, zijn ze geneigd om erop af te rennen. Toen wij er waren, hield de rector op het schoolplein een speech: “If there is gang violence, one thing: stay away from the violence.”’ Goedkoop vond het een confronterende ervaring: ‘Wij waren op zoek naar de Khoisan die beroofd zijn van hun cultuur, hun taal en hun geschiedenis. Maar het bleek dat die mensen daar helemaal niet mee bezig zijn. Ze hebben wel iets belangrijkers aan hun hoofd: drugs, wapens, werkloosheid… Er ligt geen rechte lijn tussen, maar er is wel een verband. Ik ben bang dat het toch bij Jan van Riebeeck is begonnen.’

 

De documentairereeks Goede Hoop is vanaf donderdag 23 maart 2017 wekelijks om 21.05 uur te zien op NPO 2. De website goedehoop.ntr.nl is bereikbaar vanaf 16 maart. Hier zijn ook links te vinden naar gerelateerde projecten op Facebook, Instagram, YouTube, Klokhuis en School-tv.