Zoekveld

‘Had ik toen mijn school maar afgemaakt’

   Interview met Ahmed Kathrada

 

door Ingrid Glorie

 

Op 28 maart 2017 overleed voormalig antiapartheidsstrijder Ahmed Kathrada. Op Robbeneiland was Nelson Mandela gevangene nr. 466/64, Kathrada had nr. 468/64. Ná zijn vrijlating bleef Kathrada zich inzetten voor een open samenleving met gelijke kansen voor iedereen. De laatste jaren was hij één van de leidende figuren in een groepje Struggle-veteranen die een kritisch geluid lieten horen tegen corruptie en machtsmisbruik binnen het ANC; een levende herinnering aan de morele waarden die de bevrijdingsbeweging in de twintigste eeuw kenmerkten.

 

Als eerbetoon plaatsen we hier een interview dat Ingrid Glorie, hoofdredacteur van Maandblad Zuid-Afrika, in 2012 met hem had. Het was een onverwacht kórt gesprek. Kathrada was even in Nederland voor de onthulling van een standbeeld van zijn oude vriend, Nelson Mandela, in Den Haag. Zijn vorige afspraak was uitgelopen en het gesprek kwam nog maar net op gang, toen Kathrada's echtgenote, Barbara Hogan, kwam zeggen dat 'Kathy' er moe uitzag en moest gaan rusten. Als eenvoudige journalist spreek je een voormalig minister van Gezondheid natuurlijk niet tegen.

 

Ahmed Kathrada (1929-2017)

 

Ahmed Kathrada, in 1929 geboren als telg van een Zuid-Afrikaanse Indiër-familie, raakte al jong betrokken bij de Struggle. Hij was een echte activist, die niet bang was om zijn leven te wagen voor het ideaal van een Zuid-Afrika waar huidskleur geen rol meer speelde. Tijdens het Rivonia-proces werd hij, samen met onder meer Mandela, Walter Sisulu en Govan Mbeki, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf met dwangarbeid. Kathrada zou in totaal 26 jaar en 3 maanden in de gevangenis doorbrengen, waarvan 18 jaar op Robbeneiland. Na zijn vrijlating speelde hij een belangrijke rol binnen het ANC. In het ‘nieuwe’ Zuid-Afrika was hij onder meer parlementslid, parlementair adviseur van de president en voorzitter van de Raad van Bestuur van het Robbeneiland Museum.

 

Avontuur

Kathrada moet een jaar of 12 geweest zijn, toen hij zich aansloot bij de Struggle. ‘Ik ben geboren op het platteland’, vertelt hij, ‘en kinderen kennen geen kleur. Je speelt, je ruziet en je legt het weer bij. Maar toen het tijd werd om naar school te gaan, regelde mijn vader het zo dat het hoofd van de zwarte school ’s middags bij ons thuis kwam om mij les te geven. Ik was nog jong en stond er niet bij stil. Maar toen ik 8 jaar oud was, werd ik naar Johannesburg gestuurd om daar naar school te gaan. Op dat moment begon ik vragen te stellen: “Waarom word ik weggestuurd, waarom kan ik niet samen met mijn vriendjes naar school?” Toen hoorde ik, dat ik niet naar de zwarte school mocht en niet naar de witte school, en dat er geen Indiërschool was omdat de Indiërgemeenschap in het dorp te klein was. Toen ik als 8-jarige werd losgescheurd van mijn familie rees bij mij de vraag: “Waarom?”’

‘In Johannesburg werd ik lid van een jongerenclub die filmavonden en debatten organiseerde. Als kind begrijp je niets van politiek. Maar wat je wel begrijpt, is avontuur. Dus als iemand die ouder is dan jij, je vraagt om folders uit te delen, posters te plakken of leuzen op een muur te schrijven, dan is dat een avontuur. Dat is wat mij als kind het meeste aansprak!’

 

Gandhi

Kathrada ziet het als zijn taak om de Struggle-geschiedenis en vooral het aandeel van Indiërs daarin vast te leggen voor latere generaties. Zijn Memoirs bevatten een schat aan informatie en zijn ook nog eens onderhoudende leesstof. Verwarrend is alleen het hecht verweven netwerk van organisaties waaruit de bevrijdingsbeweging bestond. Kathrada: ‘Om dat te begrijpen, moet je naar de geschiedenis kijken. Er waren verschillende rassenwetten voor verschillende gemeenschappen. Sommige golden alleen voor zwarten, andere alleen voor Indiërs. Daardoor ontstonden er verschillende organisaties. Maar naarmate de onderdrukking toenam, groeide het verzet en begonnen de verschillende organisaties steeds meer samen te werken. In de statuten van het ANC was vastgelegd dat mensen die niet zwart waren, geen lid mochten worden. Maar in de praktijk leek het alsof we allemaal voor dezelfde organisatie werkten. Zwarten mochten bijvoorbeeld geen bedrijfsruimte huren in het centrum van Johannesburg. Het ANC kon dus formeel geen kantoor in de stad hebben. Maar het Indian Congress kon dat wel. Daarom deelden we een pand. Je zou kunnen zeggen dat we ANC-werk deden zonder dat we lid waren van het ANC.’

Kathrada was leider van de jeugdliga van het Transvaalse Indian National Congress. Deze beweging werd geïnspireerd door het gedachtegoed van Mahatma Gandhi, voor wie de 21 jaar die hij in Zuid-Afrika doorbracht (1893-1914) de basis hadden gevormd van zijn methode van satyagraha (vreedzaam verzet). Terwijl het ANC tot 1949 bleef hopen dat het de blanke regering met petities en delegaties kon vermurwen, kozen de Indiërs al in 1946 voor een strategie van burgerlijke ongehoorzaamheid. De eerste actie betrof een stuk land in Durban dat ‘slegs vir blankes’ gereserveerd was. Kathrada maakte deel uit van de groep vrijwilligers die het terrein bezetten.

‘Het is toen’, vertelt Kathrada, ‘dat ik voor het eerst in de gevangenis belandde. Ik gaf een verkeerde leeftijd op, want als ze hadden geweten dat ik pas 17 was, hadden ze me niet naar de gevangenis gestuurd. Dat was juist de bedoeling!’ Hij verdween een maand achter tralies. ‘Ik was nog jong en jonge mensen doen domme dingen. Ik zat vlak voor mijn eindexamen, maar ik stopte met school en draaide de bak in.’

Achteraf heeft Kathrada altijd betreurd dat hij zijn school destijds niet heeft afgemaakt. Op Robbeneiland zou hij de schade echter dubbel en dwars inhalen. Via UNISA haalde hij een bachelors-graad in geschiedenis, criminologie en bibliotheekwezen en een honneurs in geschiedenis en politicologie; promoveren werd door de gevangenisautoriteiten niet toegestaan.

 

Historisch besef

Kathrada is oprichter van de Ahmed Kathrada Foundation, die tot doel heeft het non-racialisme in Zuid-Afrika te bevorderen. ‘Tijdens de Struggle maakte het uiteindelijk niet meer uit of iemand blank of zwart was, man of vrouw’, legt Kathrada uit. ‘Niet alleen zwarten, maar ook blanken, kleurlingen en Indiërs gingen de gevangenis in of werden gemarteld tot de dood erop volgde. Denk aan David Webster of Neil Aggett. We voerden een gezamenlijke strijd. De jongeren van nu weten dat niet meer. Ze denken dat de Struggle alleen een strijd van zwarten was.’

Kathrada hecht veel waarde aan historisch bewustzijn. ‘Met onze stichting willen we jongeren bereiken. Onze boodschap is: met democratie, met vrijheid komt verantwoordelijkheid, tegenover jezelf, je ouders, je gemeenschap en je land. Zuid-Afrika heeft goed opgeleide jongeren nodig, op elk terrein. Maar we willen kinderen ook laten spelen, want zelfs dát was vroeger aan restricties gebonden. We zeggen: geniet, maar bedenk dat je een verantwoordelijkheid hebt.’